Brand in mijn hotel

Brand in mijn hotel

Ik zit op mijn bed en kijk een film, net lekker gedoucht en tijd om te relaxen. Opeens klinken buiten een paar knallen alsof iemand vuurwerk afsteekt. Als ik naar het raam loop om te kijken zie ik vlammen naast mijn hotelkamer. Hele grote, heldere vlammen van een intense brand. En ik hoor nog meer explosies.

Dit is fout, weet ik instinctief, dit is goed fout

Ik moet het hotel uit, is de eerste gedachte die ik heb. Mijn kamer is direct naast de vlammenzee.
Snel grijp ik al mijn waardevolle spullen bij elkaar, smijt ze in mijn laptoptas.
Slippers aan en die kamer uit.
Als ik de deur open doe rennen de bewakers voorbij, ik zit aan het einde van de gang, naast mijn kamer is een trappenhuis voor de huishoudelijke dienst. Als de bewakers de deur daar naartoe open doen is er vuur, heel veel vuur, het raam wat dar hoort te zitten is weg en er is 1 grote vuurzee.

Ze deinzen terug voor de warmte en de vlammen en slaan het brandglas stuk van de blus-apparatuur die daar in de hoek hangt, er lijkt heel veel niet te gebeuren en toch gebeurt alles tegelijk.
Er komt geen water uit de slang, maar er staan wel opeens mensen met rode emmertje water. Maar dat slaat nergens op bij zo’n vlammenzee denk ik nog als ik op de deur van de kamer van kind 1 bons. Doe open, doe open, gil ik, hij appt net op dat moment naar mij: knipperen je jouw lampen ook…..dat bericht lees ik uren later.

Waarom gaat het brandalarm niet af?

Pak je spullen, roep ik, als hij de deur open doet, er is brand, we moeten hier weg!!
We graaien al zijn belangrijke spullen bij elkaar: laptop, tas waar zijn portemonnee in zit, laders, snoeren, ik flikker alles in een tas.
Hij zegt dat er nog wel tijd is om mijn kleding te halen.
De hotel-medewerker, die ons aanmaant om naar beneden te gaan beaamt dat.
Hurry Ma’am, zegt ze, I’ll help you.
Als ik mijn kamer weer in ga voel ik de warmte in de gang, het bluswater loopt mijn kamer in.
En ik ben bang, pure doodsangst voel ik.

Ik voel een enorme drang om te vluchten en met de helft van mijn spullen nog in mijn handen glibber ik op mijn flip flops door de gang richting het trappenhuis.
Het brandalarm begint te rinkelen en er worden overal deuren open gegooid. Mensen met grote koffers stuntelen de trappen af. Ik zie aan mijn kant van het hotel verlaten kamers, TV’s nog aan, her en der slingeren spullen.

Beneden gekomen worden we het hotel uitgestuurd naar de naastgelegen bar. Daar parkeer ik alle tassen. En plof neer, Brandweer autos rijden de straat in en er is groot alarm.
De krottenwijk achter het hotel staat in lichte laaien en overal rennen mensen en kinderen met matrassen, babies, zakken kleding en raar maar waar: ventilatoren. Het zal maar je duurste bezitting zijn in je cartonnen doos, denk ik nog.

De brand is fel en breidt zich razendsnel uit

brand Filipijnen

Met een klap slaat 1 van de transformatoren op de stroompaal uit en alles is donker. Als in een macaber pantomime zie op de muren van het tegenoverliggende gebouw de schaduwen van rennende brandweermannen en medisch personeel.
De zwaailichten geven het een sinister aanzicht.
Schijnwerpers floepen aan en we moeten ook de bar uit: Naar buiten, naar buiten, snel, snel.
Het blijkt voorzorg te zijn.

Politie zet het hotel en de wijk af, en overal lopen mensen, er worden selfies gemaakt er wordt gelachen en grapjes gemaakt.
En ik kan alleen maar denken: allejezus, die wijk, die staat op palen boven de zee en strekt zich kilometers uit langs de rand van de stad…….de derde grote brand in Iloilo sinds december.
Ik was getuige van de tweede, vlak bij de Public Market, die was pas na 2 uur onder controle.

Er is een gruwelijk te kort aan water in deze stad door de aanhoudende droogte

Een aantal westerse hotelgasten lopen met hun dikke buik, halfnaakt te filmen, in hun andere hand een fles bier, ik schaam me dood als ik ze zie. Ramp-toeristen, letterlijk, in dit geval.
Maar als ik om me heen kijk lijkt het eigenlijk niemand te deren, dat er een hele wijk in vlammen opgaat. En ik vraag me verward af of ik de enige ben die de menselijke ellende ziet?
Zelfs de voor de brand vluchtende Filipinos zijn er zo laconiek onder alsof ze dagelijks niets anders doen dan hun schamele bezittingen te zien opgaan in rook.

Een hotelgast eist gratis drankjes vanwege de overlast. Wat een lul, denk ik als ik hem met een zwaar Australisch accent hoor brallen

Sloppenwijk brand

Iemand vraagt of ik ok ben, ik zeg dat ik dat ben, maar ik sta te trillen op mijn benen. Ik zat er vlak naast, ik ben me lam geschrokken.
En verbijstert kijk ik naar de chaos om mij heen en als ik bedenk hoe dicht ik bij dat vuur was moet ik huilen. Da’s de spanning, snik ik naar Kind 1 die vraagt of hij iets voor me kan doen. Hij loopt heen en weer tussen de receptie van het hotel, de brand en mij, om me op de hoogte te houden terwijl ik de tassen bewaak. Ik word tig keer benadert door mannen die zogenaamd wel willen helpen, en ik wuif ze allemaal weg. Alleen aanwijzingen opvolgen van brandweer of hotelpersoneel, zegt Kind 1 als hij weer zo’n man ziet afdruipen.

Later als we ondergebracht zijn in een ander hotel, kan ik niet slapen. Het hotel is vies, er zitten kakkerlakken en stof wappert alle kanten op in de bries van de fan. Het is een heel duur hotel, maar dat zegt in de Filipijnen helemaal niets over hygiene. Steeds weer herhaal ik in mijn hoofd dat moment dat die deur opengaat en ik die vlammen zie en de mannen van de beveiliging hoorde roepen van ontzetting.

Ik ben in de haast mijn bus kakkerlakken spray vergeten mee te nemen dus Kind 1 komt ff langs met zijn bus

Gadverdamme, wat een gedoe, denk ik als ik bekaf van alle spanning op het keiharde bed neerzak.
Maar ik mag niet klagen, ik ben veilig, WIJ zijn veilig, en ik heb bijna al mijn spullen bij me. Heel anders dan dat gezin wat ik langs zag komen met drie slaperige kindertjes op blote voeten en hun matras onder de armen, het oudste kindje droeg een grote ventilator en het andere kindje had een zak kleding wat achter hem aansleepte over de grond. Die hebben geen huis meer, denk ik.

Ik hoorde dat de aanstichter een dronken man was en dat er zeker 50 huizen in rook zijn opgegaan. Maar zeker weten doe ik dat pas morgen, als ik de kranten lees. Wel weet ik dat ik mijn hotelkamer voorlopig niet in kan vanwege brandschade aan de muren.
Ik zal de laatste zijn om het woord incapabel in de mond te nemen, maar in mijn beleving was er ook bij deze brand, net als die in december, geen overzicht, geen leiding, geen water, geen plan, geen samenwerking, er leek alleen maar totale chaos te zijn.

 

Leuk artikel? Deel het!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *